De herfst komt eraan: deze controles maken je huis veiliger
Nu de dagen korter worden en de temperaturen dalen, brengen we meer tijd binnenshuis door. Kaarsen zorgen voor extra sfeer, de verwarming draait vaker en wie een haard of kachel heeft, maakt die misschien opnieuw klaar voor gebruik. Gezellig, maar het najaar is ook het ideale moment om de brandveiligheid in huis onder de loep te nemen. Met enkele eenvoudige controles kan je gevaarlijke situaties helpen voorkomen.
1. Controleer of je rookmelders nog werken
Rookmelders zijn een van de belangrijkste hulpmiddelen om een woningbrand tijdig op te merken. Zeker ’s nachts kunnen ze levensreddend zijn, omdat je rook niet altijd ruikt terwijl je slaapt. Toch hangen er in woningen soms rookmelders waarvan de batterij leeg is of die niet meer correct functioneren.
Neem daarom in oktober de tijd om alle rookmelders in huis te testen. Gebruik de testknop en controleer of het alarmsignaal duidelijk hoorbaar is. Vervang batterijen wanneer dat nodig is en volg de instructies van de fabrikant. Heeft een rookmelder het einde van zijn levensduur bereikt, vervang dan het volledige toestel.
In Vlaanderen zijn rookmelders wettelijk verplicht in woningen. Zorg ervoor dat je woning voldoet aan de geldende voorschriften en dat er op elke verdieping voldoende rookmelders aanwezig zijn. Plaats ze volgens de richtlijnen van de fabrikant en houd ze vrij van stof.
Vergeet ook niet om na te denken over de hoorbaarheid van het alarm in slaapkamers. Een rookmelder die niet of nauwelijks hoorbaar is wanneer de slaapkamerdeur dicht is, kan zijn waarschuwingsfunctie missen.
2. Laat je schoorsteen controleren voor je de haard aansteekt
Een haard of houtkachel zorgt op koude avonden voor warmte en gezelligheid. Maar voor je die opnieuw regelmatig gebruikt, controleer je beter of alles veilig is. In een schoorsteen kunnen roet en brandbare creosootafzettingen zich ophopen. Die kunnen bij voldoende verhitting vuur vatten en een schoorsteenbrand veroorzaken.
Laat je schoorsteen daarom volgens de gebruiksvoorschriften en de aanbevelingen van een vakman reinigen en controleren. Hoe vaak dat nodig is, hangt onder meer af van het type toestel, de brandstof en hoe intensief je stookt. Een professionele controle kan ook problemen met het rookkanaal of de afvoer aan het licht brengen.
Controleer daarnaast of de haarddeur, het glas en de aansluitingen nog in goede staat zijn. Gebruik alleen de brandstof die geschikt is voor jouw toestel en stook niet met behandeld of geverfd hout. Zorg ervoor dat brandbare materialen, zoals houtmanden, gordijnen en decoratie, voldoende ver van de warmtebron staan.
3. Voorkom brandgevaar door kaarsen
Nu het sneller donker wordt, halen veel mensen hun kaarsen opnieuw boven. Ze zorgen voor een warme sfeer, maar een open vlam blijft een brandrisico. Een kaars kan omvallen, te dicht bij gordijnen staan of brand veroorzaken wanneer ze onbeheerd blijft branden.
Zet kaarsen daarom op een stevige, hittebestendige ondergrond en houd voldoende afstand tot brandbare materialen. Plaats ze buiten het bereik van kinderen en huisdieren en zet ze niet op een plek waar iemand ze gemakkelijk kan omstoten.
Laat brandende kaarsen nooit alleen, ook niet wanneer je maar even naar een andere kamer gaat. Doof ze voordat je gaat slapen of de woning verlaat. Wil je vooral sfeerlicht, dan kunnen ledkaarsen een veiliger alternatief zijn.
4. Reinig de filter van je droogkast
De droogkast is voor veel gezinnen in de herfst en winter onmisbaar. Omdat wasgoed minder gemakkelijk buiten droogt, wordt het toestel vaak vaker gebruikt. Regelmatig onderhoud is dan extra belangrijk.
Pluisjes die zich ophopen in de filter kunnen de luchtstroom belemmeren en bijdragen aan oververhitting. Maak de filter daarom na elke droogbeurt grondig schoon. Volg daarnaast de onderhoudsinstructies van de fabrikant voor andere filters, de condensor en de ventilatiekanalen, afhankelijk van het type toestel.
Controleer ook of de droogkast voldoende ventilatie krijgt en of de stekker en het snoer niet beschadigd zijn. Gebruik het toestel niet wanneer je een brandgeur, ongewoon lawaai of andere tekenen van een defect opmerkt. Laat het in dat geval nakijken.
5. Controleer elektrische kabels en stekkerdozen
In de donkere maanden gebruiken we vaker verlichting, elektrische verwarmingstoestellen en andere apparaten. Dat maakt oktober een goed moment om de elektrische aansluitingen in huis te controleren.
Bekijk of kabels beschadigd zijn, stekkers loszitten of stopcontacten verkleurd zijn. Gebruik geen snoeren met blootliggende draden en laat defecte aansluitingen herstellen door een vakbekwaam persoon. Let ook op stekkerdozen: sluit er niet zomaar meerdere op elkaar aan en belast ze niet met meer vermogen dan waarvoor ze ontworpen zijn.
Elektrische verwarmingstoestellen verdienen extra aandacht. Zet ze op een stabiele ondergrond en houd voldoende afstand tot gordijnen, meubels, beddengoed en andere brandbare materialen. Gebruik ze niet om kleding te drogen en schakel ze uit wanneer je de ruimte verlaat, tenzij de fabrikant uitdrukkelijk anders aangeeft.
6. Denk aan het gevaar van koolstofmonoxide
Wanneer verwarmingstoestellen en haarden vaker worden gebruikt, is het ook belangrijk om stil te staan bij koolstofmonoxide, vaak afgekort tot CO. Dit giftige gas is kleurloos en geurloos, waardoor je het niet zelf kunt waarnemen.
Koolstofmonoxide kan ontstaan bij een onvolledige verbranding, bijvoorbeeld door een defect toestel, onvoldoende luchttoevoer of problemen met de rookgasafvoer. Laat verbrandingstoestellen en hun afvoer daarom regelmatig controleren volgens de voorschriften en door een bevoegde vakman.
Een CO-melder kan bijkomende bescherming bieden. Kies een geschikt toestel, plaats het volgens de aanwijzingen van de fabrikant en test het regelmatig. Een CO-melder vervangt het onderhoud van verwarmingstoestellen niet, maar kan je wel tijdig waarschuwen.
Vermoed je een CO-vergiftiging, bijvoorbeeld bij hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid of meerdere personen die tegelijk klachten krijgen? Ga onmiddellijk naar buiten, waarschuw de hulpdiensten via 112 en ga niet opnieuw naar binnen voordat de woning veilig is verklaard.
7. Houd vluchtwegen vrij en spreek een vluchtplan af
Een woning kan goed uitgerust zijn met rookmelders, maar bij brand moet je ook snel naar buiten kunnen. Controleer daarom of gangen, trappen en deuren vrij zijn van dozen, schoenen, kinderwagens en andere spullen die de doorgang kunnen hinderen.
Bespreek met je huisgenoten welke uitgang ze bij brand kunnen gebruiken en waar iedereen buiten samenkomt. Denk ook aan kinderen, ouderen en mensen die minder mobiel zijn. Zorg ervoor dat iedereen weet wat te doen wanneer de rookmelder afgaat.
Houd binnendeuren ’s nachts bij voorkeur gesloten. Een gesloten deur kan de verspreiding van rook en vuur vertragen en zo kostbare tijd opleveren. Ga bij brand niet terug naar binnen om spullen of huisdieren te halen.
8. Controleer je blusdeken en brandblusser
Wie een blusdeken of brandblusser in huis heeft, kijkt beter ook na of die nog bruikbaar en bereikbaar is. Controleer de staat van de verpakking, de houdbaarheids- of onderhoudsinformatie en de instructies van de fabrikant. Zorg dat iedereen in huis weet waar het materiaal ligt en hoe het gebruikt moet worden.
Een blusdeken kan in bepaalde situaties geschikt zijn om een beginnende brand te doven. Bij een vlam in de pan kan je, als dat veilig kan, de warmtebron uitschakelen en de pan met een passend deksel afdekken. Gebruik nooit water op brandend vet en verplaats de pan niet.
Breidt het vuur zich uit of kan je het niet onmiddellijk veilig onder controle krijgen? Verlaat dan de woning, sluit de deur achter je als dat veilig kan en bel 112. Breng jezelf niet in gevaar om een brand zelf te blussen.
Maak van oktober een maand voor brandveiligheid
Door deze controles uit te voeren, kan je heel wat risico’s beperken. Ook veilig omgaan met kaarsen, verwarmingstoestellen en open vuur blijft belangrijk zodra we meer tijd binnenshuis doorbrengen. Zo begin je niet alleen comfortabel, maar ook veiliger aan de koudere maanden.
